|
Laatste update was op: vrijdag 30 juli 2010 | In samenwerking met Krommenie.net |
|
|||
Reactie van een geotechnisch adviseur Velserbroek, 12 april 2008 Betreft: Verzakkingen Wilhelminastraat te Krommenie Graag wil ik reageren op de verzakkingsproblematiek van de woningen in de Wilhelminastraat te Krommenie. Volledigheidshalve merk ik op dat ik tot begin 2008, gedurende circa 38 jaar, werkzaam ben geweest bij de Gemeente Amsterdam als geotechnisch adviseur en uit dien hoofde veel ervaring heb met de funderingsproblematiek. Wellicht kan mijn inzicht een mogelijke bijdrage leveren aangaande deze problematiek. Afgezien van het feit dat de houten (grenen) funderingspalen in slechte conditie verkeren, waarbij ook al in het verleden (vóór de uitgevoerde sanering van de voormalige gasfabriek) verzakkingen zijn opgetreden is de sterk verslechterde situatie van de panden hoogstwaarschijnlijk een direct gevolg van de uitgevoerde sanering. Als meest logische verklaring hiervoor geldt de volgende theorie. Vrijwel direct onder de panden bevindt zich een sterk samendrukbare zeer slappe veenlaag. Het is voorts een gegeven dat veen onder water sterk reageert op een gewijzigde situatie (bijvoorbeeld tengevolge van een ophoging dan wel tengevolge van een ontgraving). Tengevolge van de ontgraving voor de sanering (wellicht in combinatie met een grondwaterstandsverlaging) ontstaat er een horizontale grondverplaatsing gezien in de richting van de bouwput (zie bijlage 1-B). Door de ontgraving wordt als het ware de druk van de ketel gehaald, waardoor de zeer slappe veenlaag in horizontale richting verplaatst, hetgeen tevens tot een verticale verplaatsing van de grond (ter hoogte van de panden) kan leiden. De houten funderingspalen zullen hoogstwaarschijnlijk een deel van deze grondverplaatsing hebben meegemaakt. Dit is tevens een mogelijke verklaring dat de funderingspalen onder met name de voor- en achtergevel onder de kespen vandaan zijn geschoven (of gebroken waren), waardoor de gevels niet meer goed gefundeerd zijn en gewoon de zakking van de grond konden volgen. Bovengenoemd deformatiepatroon had reeds ver voor de verrichte sanering ingeschat kunnen worden met behulp van een geotechnisch rekenprogramma (Plaxis). Ondanks het feit dat ik niet weet in hoeverre de gemeente de nodige voorzorgsmaatregelen had getroffen, geef ik hieronder een impressie van de maatregelen die - mijns inziens - wel genomen hadden moeten worden. Vooronderzoek en risicoanalyse
D.W. Maagdelijn |
|
||