|
| Gepubliceerd op maandag 14 april 2008, 08:03 - Bron: wilhelminastraatkrommenie.nl | | Reactie van een geotechnisch adviseur. | Velserbroek, 12 april 2008
Betreft: Verzakkingen Wilhelminastraat te Krommenie
Graag wil ik reageren op de verzakkingsproblematiek van de woningen
in de Wilhelminastraat te Krommenie. Volledigheidshalve merk ik op dat
ik tot begin 2008, gedurende circa 38 jaar, werkzaam ben geweest bij
de Gemeente Amsterdam als geotechnisch adviseur en uit dien hoofde veel
ervaring heb met de funderingsproblematiek. Wellicht kan mijn inzicht
een mogelijke bijdrage leveren aangaande deze problematiek.
Afgezien van het feit dat de houten (grenen) funderingspalen in slechte
conditie verkeren, waarbij ook al in het verleden (vóór de uitgevoerde
sanering van de voormalige gasfabriek) verzakkingen zijn opgetreden
is de sterk verslechterde situatie van de panden hoogstwaarschijnlijk
een direct gevolg van de uitgevoerde sanering.
Als meest logische verklaring hiervoor geldt de volgende theorie. Vrijwel
direct onder de panden bevindt zich een sterk samendrukbare zeer slappe
veenlaag. Het is voorts een gegeven dat veen onder water sterk reageert
op een gewijzigde situatie (bijvoorbeeld tengevolge van een ophoging
dan wel tengevolge van een ontgraving). Tengevolge van de ontgraving
voor de sanering (wellicht in combinatie met een grondwaterstandsverlaging)
ontstaat er een horizontale grondverplaatsing gezien in de richting
van de bouwput (zie bijlage 1-B). Door de ontgraving wordt als het ware
de druk van de ketel gehaald, waardoor de zeer slappe veenlaag in horizontale
richting verplaatst, hetgeen tevens tot een verticale verplaatsing van
de grond (ter hoogte van de panden) kan leiden. De houten funderingspalen
zullen hoogstwaarschijnlijk een deel van deze grondverplaatsing hebben
meegemaakt. Dit is tevens een mogelijke verklaring dat de funderingspalen
onder met name de voor- en achtergevel onder de kespen vandaan zijn
geschoven (of gebroken waren), waardoor de gevels niet meer goed gefundeerd
zijn en gewoon de zakking van de grond konden volgen. Bovengenoemd deformatiepatroon
had reeds ver voor de verrichte sanering ingeschat kunnen worden met
behulp van een geotechnisch rekenprogramma (Plaxis).
Ondanks het feit dat ik niet weet in hoeverre de gemeente de nodige
voorzorgsmaatregelen had getroffen, geef ik hieronder een impressie
van de maatregelen die - mijns inziens - wel genomen hadden moeten worden.
Vooronderzoek en risicoanalyse
- Grondonderzoek (sonderingen, boringen en peilfilters) ter verkenning
van de grondslag.
- Archiefonderzoek met betrekking tot de fundering van de betrokken
panden.
- Inspectieputjes ter plaatse van de (gevel)muren ter controle op
zowel de kwaliteit van het funderingshout als ter controle op de
verbinding tussen paalkop en kesphout.
- Het (notarieel) vastleggen van bestaande scheurvorming in de gevels
en bouwmuren, alsmede van reeds opgetreden verzakkingen, van de
aan de sanering grenzende panden.
- Het plaatsen van meetboutjes in zowel de gevel als de bouwmuren,
teneinde mogelijke verticale en horizontale deformaties, in relatie
tot de 0-situatie (vóór de sanering), te kunnen registreren.
- Het plaatsen van trillingopnemers ter controle op de opgewekte
trillingen tengevolge van de bouwwerkzaamheden.
- Het met behulp van een geotechnisch rekenprogramma (Plaxis) bepalen
van een prognose van de horizontale en verticale deformatie van
de grond als gevolg van de te verrichten sanering (lees ontgraving)
en/of grondwaterstandverlaging. Indien uit deze prognose ontoelaatbare
deformaties volgden dient te worden overwogen om de sanering binnen
een gesloten stalen damwandkuip, dan wel sterk gefaseerd, uit te
voeren.
Uitvoering en beheerssituatie
- Vóór de sanering kunnen tussen de panden en de saneerlocatie zogenaamde
hellingmeetbuizen worden geplaatst waarmee de horizontale verplaatsingen
van de grond gevolgd kunnen worden.
- Tijdens (en na) de sanering dient de stand van het grondwaterpeil
te worden gecontroleerd, teneinde er van verzekerd te zijn dat de
houten paalfundering niet droog komen te staan.
- Tijdens de uitvoering dienen de eerder genoemde meetboutjes en
trillingopnemers op de panden met een regelmatige frequentie te
worden waargenomen, teneinde afwijkingen ten opzichte van de 0-situatie
te registreren en zonodig hierop te anticiperen.
Indien bovengenoemde mogelijke oorzaak van toepassing is op de betrokken
panden dan kan overduidelijk worden gesteld dat de hoofdoorzaak van
de tijdens (en/of na) de sanering opgetreden verzakkingen voornamelijk
zijn veroorzaakt door deze sanering en niet door de slecht kwaliteit
van het paalhout. Met andere woorden indien er geen sanering had plaats
gevonden dan hadden de thans opgetreden extra verzakkingen vermoedelijk
pas over 25 à 50 jaar opgetreden, dan wel in veel mindere mate.
D.W. Maagdelijn
Bekijk foto`s of lees reacties op wilhelminastraatkrommenie.nl »»
«« terug naar het hoofdmenu |
|