|
| Gepubliceerd op donderdag 8 mei 2008, 09:10 - Bron: wilhelminastraatkrommenie.nl | | Vragen Z.O.G. aan de onderzoekbureaus Deltares en Beerenschot. | Vragen van de fractievoorzitter Leny Vissers-Koopman namens
de Z.O.G-fractie aan respectievelijk Beerenschot en Deltares
Vragen aan Beerenschot:
1. U ontkent in uw brief van 22 april jl. dat één van
uw uitgesproken antwoorden in persberichten onjuist zijn geïnterpreteerd.
Dit betreft het opnieuw vergunning vragen indien er een forse
afwijking plaatsvindt ten opzichte van het saneringsplan en
de beschikking. U heeft in tegenstelling van hetgeen u schreef
wel een volmondig ja op gezegd. U schermt met de Wet Bodem Bescherming
die de mogelijkheid zou bieden om bij onvoorziene omstandigheden
toe te laten om af te wijken van het saneringsplan mits die
14 dagen vooraf worden gemeld. U stelt tevens dat de goedkeuring
niet voorafgaande de werkzaamheden behoeven te worden geformaliseerd.
In de Handhaving Uitvoering Methode ( HUM ) staat bij 4.5.3
ondermeer het navolgende: ‘ Zodra de praktijk sterk afwijkt
van de situatie zoals die is vastgelegd in het saneringsplan,
is dat plan niet meer geldig. Er moet dan een nieuw plan worden
vastgesteld. Enkele veelvoorkomende praktijkvoorbeelden zijn:
meer graven binnen de perceelgrens; meer graven buiten de perceelgrens’.
Op pagina 71 van de HUM staat ondermeer onder punt 3: Afwijken
van het saneringsplan zonder voorafgaande toestemming van het
bevoegde gezag; WBB art. 39 lid 2. Afhankelijk van de ernst
en omvang: transactie minimaal € 2000,- boete’. Einde citaten.
U moet toch met me eens zijn dat geen enkele wet waterdicht
is en dat daarom ook handleidingen en uitwerkingen van de wetgeving
zoals bijvoorbeeld in de HUM wordt uitgebracht? U moet toch
met me eens zijn dat artikel 39 lid 2 overduidelijk is: lid
2. Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde
staten, die slechts met het plan instemmen indien door de daarin
beschreven sanering naar hun oordeel wordt voldaan aan het bij
of krachtens artikel 38 bepaalde. Zij beslissen hierover binnen
vijftien weken na de indiening van het saneringsplan. Zij kunnen
deze termijn binnen zes weken na de datum van ontvangst van
de melding verlengen met ten hoogste vijftien weken. Met de
uitvoering van het saneringsplan kan worden begonnen nadat gedeputeerde
staten met dat plan hebben ingestemd of die instemming van rechtswege
is verleend. Aan de instemming kunnen voorschriften worden verbonden.
De instemming is van rechtswege verleend, indien gedeputeerde
staten niet binnen de instemmingtermijn van vijftien weken of
voor de afloop van de termijn waarmee is verlengd een beslissing
hebben genomen. Een instemming van rechtswege wordt aangemerkt
als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet
bestuursrecht. Dan heeft de gemeente toch niet binnen de wettelijke
kaders gehandeld zoals u stellig beweerd? Belanghebbenden in
dit geval de omwonenden van het te saneren terrein moeten er
toch op kunnen vertrouwen dat de uitvoering van een sanering
zoals die de inspraak is ingegaan ook op deze wijze wordt uitgevoerd?
Welke waarde heeft dan de bezwarenprocedure en de inspraak indien
er zo significant wordt afgeweken ten aanzien van de ontgravingdiepte?
Indien er wel een tijdige melding vooraf was gedaan dan was
er op zijn minst de tijd geweest om voorzorgsmaatregelen te
nemen voor de bestaande bebouwing doormiddel van het slaan van
een beschermende damwand?
2. Is uw rapport voorafgaande aan de plenaire presentatie
op 16 april jl. in concept aan één van de leden van B&W aangeboden
en/of zijn er daarna wijzigingen in aangebracht, zo ja welke?
Heeft u nadat het rapport van Deltares uitkwam wijzigingen in
uw rapportage aangebracht, zo ja welke?
3. Ondanks mijn op- en aanmerkingen ten aanzien van het
verslag dat u aan de raadsleden heeft gestuurd blijft u de indruk
wekken dat ROSA ook al in juli 2006 actief bezig was met de
problemen die zich voordeden bij de omwonenden van de Wilhelminastraat.
Dit terwijl ROSA pas dan in december 2007 in actie kwam richting
de bewoners en de wethouder. ROSA heeft ook geen signalen van
de bewoners aan de opzichter gegeven ( pag. 5 ) Bent het met
me eens dat u dit onzorgvuldig en onjuist heeft vermeld in uw
eindrapport?
4. Waarom geeft u op pagina 3 alleen maar weer dat er
geen vergunning is aangetroffen voor de sloop en het trekken
van de funderingspalen en verbind daar derhalve geen oordeel
aan?
5. Op pagina 4 geeft u aan dat het schade –expertisebureau
de verzekeraar heeft aangeraden om bij verzakkingen van 5 mm
of meer het werk direct stil te laten zetten. U doelt hiermee
op de totale saneringwerkzaamheden. Mijn opmerking betreft hetgeen
dat daadwerkelijk in het clausuleblad van de polis staat ( 01-07-06),
namelijk het betrof hier alleen maar de panden aan het Weiver
met de nummers 34, 35, 36, 40, 42, 48, 81 en 39a. (Immers bij
de panden van de Wilhelminastraat werden geen problemen verwacht
gezien de ontgravingdiepte conform het saneringsplan en er hoefde
daarom ook geen damwand te komen aldaar). Deze extra bepaling
had mijns inziens betrekking op de te plaatsen damwand bij het
Weiver en de mogelijk te verwachte grondzettingen aldaar. Waarom
veralgemeniseert u het dan met inclusief de panden aan de Wilhelminastraat?
De verzekerde, de gemeente Zaanstad heeft aan de verzekeringmij.
Uiteraard ook verplichtingen. Bij artikel 5.2 onder het kopje
Risico wijziging staat dat de verzekerde is gehouden het saneringsplan
uit te voeren conform het bestek en afwijkingen daarvan dienen
tijdig door verzekerde aan de verzekeraar gemeld te worden om
de dekking in stand te houden. Heeft u correspondentie van de
gemeente aan de verzekeraar gezien met een melding vooraf dat
de ontgravingdiepte achter de panden aan de Wilhelminastraat
bijna dubbel zo diep is dan het saneringsplan aangeeft? Welke
conclusie trekt u uit het feit indien dat niet vooraf aan de
verzekeringmij. Kenbaar is gemaakt, juist omdat artikel 7 van
de polis aangeeft dat het niet nakomen van verplichtingen alle
aanspraak van vergoeding van de schade waarop de verplichting
betrekking heeft vervallen?
6. Bent u met mij van mening dat de saneringswerkzaamheden
zoals u aangeeft in uw rapportage op pagina 4 in augustus 2007
zijn afgerond er binnen drie maanden nadien een evaluatierapport
van de werkzaamheden ingediend moest worden? Zo nee, waarom
niet?
7. Waarom wijst u er in uw rapportage niet op dat de
gemeente gezien de historische gegevens over de korte 8-meterpalen
die al jarenlang en al ver voor de grenenpalen bacterie bekend
zijn de omwonenden voorafgaande aan de sanering niet in de gelegenheid
hebben gesteld om funderingsherstel te plegen. Het was 20 jaar
geleden immers al een goed gebruik in Zaanstad het in stadsvernieuwingsgebieden
op deze wijze te doen?
8. Op pagina 12 heeft u het over een ‘door de raad goedgekeurd
Handhavingprogramma, Professioneel Handhaven in Zaanstad zonder
daar enig jaartal te noemen wanneer de raad dit plan heeft goedgekeurd.
Ik vraag me overigens af hoe u hier op komt. Het is mij niet
bekend dat de raad op enig moment een handhavingprogramma met
de titel Professioneel Handhaven ooit heeft vastgesteld? Het
voorlaatste wat de raad heeft vastgesteld nog voor het dualisme
was de nota Bestuurlijke Handhaving op 18 oktober 2001. Het
moet u toch bekend zijn dat B&W over het handhavingprogramma
en de prioritering gaat nadat het dualisme in de raad was ingevoerd?
U doet in uw tekst op de betreffende pagina voorkomen dat de
raad heeft besloten dat de bouwtechnische kwaliteit van de woningen
geen hoge prioriteit heeft. Nu zo een aantijging werp ik verre
van me en u wekt hiermee de schijn dat u B&W tracht te beschermen
en de raad hier verantwoordelijk voor wilt laten zijn! Bent
u met mij van oordeel dat de gemeente gehouden is aan ‘de zorgplicht’
ten aanzien van de in minder goede staat verkerende panden van
De Wilhelminastraat en Het Weiver en had moeten weten dat juist
vanwege de vele afgegeven signalen van de omwonenden vanaf 2004
de funderingen zo een sanering niet kunnen ondergaan?
9. In uw analyse op pagina 14 en verder bent u vol lof
over de gemeente wat betreft de grondige voorbereidingen die
zijn gedaan. Helaas meldt u niet dat de trillingsmeters te laat
zijn geplaatst, er te weinig peilbouten aangebracht zijn die
ook nog aan de verkeerde kant van de werkzaamheden op woningen
zijn bevestigd en diverse peilbouten niet vanaf de start maar
pas maanden later aangebracht. Vergunningen worden aangevraagd
en verleend, maar u vergeet even dat u eerder een aantal vergunningen
miste. Al met al gaat u maar verder met de loftrompet te schallen
maar de klanken die voortgebracht worden klinken aardig vals.
10. U heeft het evaluatierapport niet genoemd bij de
onderzochte documenten. Waarom heeft u daar niet naar gevraagd
en waarom velt u geen oordeel over het ontbreken van het rapport?
11. Waarom babbelt u Deltares na die stelt dat een funderingsonderzoek
niet gebruikelijk is voorafgaande aan een bodemsanering. Uiteindelijk
is het de bedoeling dat er woningbouw op het terrein gaat plaatsvinden.
Indien u de kronieken van Zaanstad had bestudeerd dan was u
tegengekomen dat het juist wel in Zaanstad heel gebruikelijk
was om voorafgaande ingrijpende werkzaamheden met oudbouw in
de naaste omgeving de funderingen juist wel te onderzoeken en
de mensen te attenderen vooraf funderingsherstel te doen ( gebruikelijk
vanaf halverwege de tachtiger jaren) Waarom heeft u hiernaar
zelf geen onderzoek gedaan?
12. U refereert aan de kanteling in de organisatie die
in gang werd gezet in het jaar 2002 en gebruikt dit gegeven
als een excuus dat daarom de organisatie niet anders dan versnipperd
kon zijn en de afdeling bouw-en woningtoezicht niet de kans
heeft gekregen de kwaliteit van de woningen in het project in
te bedden. U heeft geen oordeel gegeven over de kanteling van
de organisatie ingegaan 2002 en dat juist de gekantelde organisatie
op een laagdrempelige manier moeten communiceren en werken.
Waarom heeft u zich in deze onthouden van een oordeel? Ik heb
in oktober 2001 toen de handhavingnota aan de raad ter besluitvorming
voorlag woordelijk gevraagd: “Per i januari gaan Milieu, Volkshuisvesting,
en Ruimtelijke Ordening samen, zijn de afdelingen in het kader
van het handhavingplan op elkaar afgestemd?’
13. Ik vind het vrij selectief dat u een cruciale passage
in uw rapport weglaat die staat in de open brief die ik in augustus
2006 aan de wethouders Linnekamp en Keizer heb gestuurd. Het
gaat om de navolgende zinnen: ‘De Z.O.G. verzoekt de wethouder
om met spoed in contact te treden met de omwonenden van het
terrein waar de sanering plaatsvindt en al het mogelijke te
doen om verdere schade aan de woningen te voorkomen. Wij denken
hierbij dat het gebruik van lichter materieel een verstandige
optie kan zijn. De afdeling Bouw- en woningtoezicht kan ook
een verstandige rol vervullen in deze”. Waarom heeft u nu net
deze passage niet willen aanhalen in uw rapport? Waarom geeft
u geen waardeoordeel af over de nalatigheid van het college
van B&W over het feit dat de Z.O.G. de alarmbel luidt om contact
met de omwonenden op te nemen en Bouw- en Woningtoezicht in
te schakelen? Ook wethouder Keizer was van de Z.O.G.-brief op
de hoogte, u kunt dan toch niet staande houden dat niemand van
het college het eerder had kunnen weten dat er in 2006 al schade
optrad en dat de afdeling Bouw- en woningtoezicht het niet eerder
dan pas einde 2007 lucht kreeg van het probleem van de schade
aan de woningen? Waarom neemt u geen stelling over het feit
dat de verantwoordelijke projectwethouder niet zelf eens bedacht
om mede naar aanleiding van onze brief zich zelf persoonlijk
te begeven naar de gedupeerde bewoners toe? De wethouders hebben
dan toch niet adequaat gereageerd zoals u op pagina 25 beweerd?
De inspecteurs van Bouw-en Woningtoezicht hadden toch in 2006
dan al kunnen constateren dat het de verkeerde kant opging met
de woningen en passende maatregelen kunnen treffen?
14. In het feitenrelaas vermeldt u dat de fractievoorzitter
van de Z.O.G. een e-mail op 11-07-06 heeft ontvangen van een
bewoonster die deze namens meerdere bewoners heeft verstuurd.
Ik heb duidelijk tijdens het gesprek dat u voerde met de raadsleden
aangegeven en ook nog eens getracht te corrigeren in uw verslag
dat alle raadsleden deze e-mail hebben ontvangen en dat de Z.O.G.
de enige is geweest die daar tijdens het zomerreces actief mee
aan de gang is gegaan en dat alle andere politieke partijen
niets van zich hebben laten horen. Zo ook de brief van de heer
Tilleman die de gehele raad in augustus 2006 heeft ontvangen
waardoor we zijn overgegaan tot de tweede open brief. Over de
laatstgenoemde brief rept u in het geheel niet in het feitenrelaas.
U kunt dan toch nooit en te nimmer tot de conclusie komen dat
de gemeenteraad pas in een heel laat stadium op de hoogte kon
zijn van de problematiek en het verzakken van de woningen? Kunt
u zich voorstellen dat u hiermee de schijn wekt dat u bewust
deze cruciale informatie in uw eindrapportage heeft weggelaten
om het college en de raad de hand boven het hoofd te houden
en de zwarte Piet naar de bewoners toe te schuiven?
15. Wat is er de reden van dat u op pagina 13 van het
feitenrelaas de open brief van de Z.O.G. die op 17 juli 2006
aan de wethouder Linnekamp is verstuurd nogmaals opvoert maar
dan als zijnde een brief die verstuurd zou zijn op 17 juli 2007?
En dan ook nog met een ander citaat uit dezelfde brief, maar
opnieuw niets over Bouw-en woningtoezicht?
Ik heb een aantal vragen gesteld maar er staan nog veel meer
zaken in uw rapportage die mij de wenkbrauwen op zijn zachts
gezegd doen fronsen. Met andere worden het eindrapport wekt
bij mij de indruk dat u zich in het bijzonder heeft ingespannen
om met name het college van B&W als opdrachtgever heel graag
heeft willen behagen. U heeft zich onvoldoende ingespannen om
de het complete verhaal inclusief de wetgeving die u alleen
naar de letter heeft beoordeeld maar niet in de geest in uw
rapportage te vertalen. Vooral de aanbevelingen die u meegeeft
op de pagina’s 25 en 26 zouden evenzogoed door u als falen van
de organisatie en van het college vertaald kunnen worden. Maar
uw keuze viel op het uitdelen van een aantal forse pluimen!
Vragen aan Deltares:
1. Onderaan de tekst staat een beoordeling van de heer
D.W. Maagdelijn over de gang van zaken tijdens de bodemsanering
en het eindresultaat van de verzakte woningen aan de Wilhelminastraat.
Tijdens een uitzending op TV-NH uitte de heer Ad van Wensen
die verbonden is Stichting Platform Fundering Nederland eenzelfde
geluid als de heer Maagdelijn, dus een contra geluid dan u heeft
verwoord in uw rapport. In tegenstelling van hetgeen u beweert
stellen beiden dat het verzakken van de woningen wel degelijk
een direct gevolg is van de sanering. Dit ondanks de staat van
de funderingen voorafgaande aan de sanering. De heer Maagdelijn
zegt dat het zelfs zeer hoogstwaarschijnlijk is dat het verzakken
van de funderingen ondanks de paalrot door bacteriën de staat
waar de woningen in verkeren na de sanering pas na 25 tot zelfs
mogelijk na 50 jaar aan de orde zou kunnen komen als er geen
sanering was uitgevoerd. Kunt u mij uitleggen waarom u tot een
heel ander inzicht bent gekomen dan uw collega wetenschappers?
Wat is uw mening over de beschouwing hieronder van de heer Maagdelijn?
2. Uw rapportage is doorspekt met allerlei aannames,
waarschijnlijkheden en vermoedens. Hoe kunt u uw rapport dan
toch als een wetenschappelijk rapport aanbieden, wetenschap
is toch gestoeld op zekerheden in plaats van waarschijnlijkheden,
vermoedens en aannames?
3. U heeft de eindsituatie van de sanering doormiddel
van een kaart die behoord bij het evaluatierapport van de sanering
kunnen beoordelen. Zoals u is bekend is er wat de ontgravingdiepte
aanmerkelijk dieper afgegraven dan in het saneringsrapport,
het bestek en de beschikking oorspronkelijk werd aangegeven.
Pal achter de woningen van de Wilhelminastraat is in plaats
van 1,7 m tot 2,4 m zelfs tot 3,4 en 4 m diep afgegraven. Waarom
heeft u hier geen oordeel over geven en waarom heeft u niet
meegenomen in uw eindrapport wanneer er bijvoorbeeld een beschermende
damwand was geslagen wat dan het eindresultaat van de staat
van de funderingen van de woningen daarna zou zijn? Een kind
kan toch zelfs bedenken dat palen van 6 tot 8 meter die onder
de betreffende woningen zitten minder kunnen verdragen als er
tot 4 meter diep wordt ontgraven dan wanneer er maar tot 2,4
meter wordt ontgraven?
Bekijk foto`s of lees reacties op wilhelminastraatkrommenie.nl »»
«« terug naar het hoofdmenu |
|