Online Zoeker!
Wilhelminastraat te Krommenie

Vragen Z.O.G. aan de onderzoekbureaus Deltares en Beerenschot


Zoeken naar Artikelen...
Laatste update was op: vrijdag 30 juli 2010  


  ONZE VRIENDEN

075.Startpagina.nl
Krommenie.net
TattooStudioKrommenie
Natalee.nl
Z.O.G
De Krommenieër

WILHELMINASTRAAT
IN HET NIEUWS!!














ONLINE WONINGEN

 Mulder Verhuizingen

DE ZAANSTREEK

Assendelft.
Koog a/d Zaan.
Krommenie.
Westzaan.
Wormerveer.
Wormer.
Zaandam.
Zaandijk.
Zaanstad.
Zaanstreek.



IQ senioren hypotheek
Gepubliceerd op donderdag 8 mei 2008, 09:10 - Bron: wilhelminastraatkrommenie.nl
Vragen Z.O.G. aan de onderzoekbureaus Deltares en Beerenschot.
Vragen van de fractievoorzitter Leny Vissers-Koopman namens de Z.O.G-fractie aan respectievelijk Beerenschot en Deltares

Vragen aan Beerenschot:

1. U ontkent in uw brief van 22 april jl. dat één van uw uitgesproken antwoorden in persberichten onjuist zijn geïnterpreteerd. Dit betreft het opnieuw vergunning vragen indien er een forse afwijking plaatsvindt ten opzichte van het saneringsplan en de beschikking. U heeft in tegenstelling van hetgeen u schreef wel een volmondig ja op gezegd. U schermt met de Wet Bodem Bescherming die de mogelijkheid zou bieden om bij onvoorziene omstandigheden toe te laten om af te wijken van het saneringsplan mits die 14 dagen vooraf worden gemeld. U stelt tevens dat de goedkeuring niet voorafgaande de werkzaamheden behoeven te worden geformaliseerd. In de Handhaving Uitvoering Methode ( HUM ) staat bij 4.5.3 ondermeer het navolgende: ‘ Zodra de praktijk sterk afwijkt van de situatie zoals die is vastgelegd in het saneringsplan, is dat plan niet meer geldig. Er moet dan een nieuw plan worden vastgesteld. Enkele veelvoorkomende praktijkvoorbeelden zijn: meer graven binnen de perceelgrens; meer graven buiten de perceelgrens’. Op pagina 71 van de HUM staat ondermeer onder punt 3: Afwijken van het saneringsplan zonder voorafgaande toestemming van het bevoegde gezag; WBB art. 39 lid 2. Afhankelijk van de ernst en omvang: transactie minimaal € 2000,- boete’. Einde citaten. U moet toch met me eens zijn dat geen enkele wet waterdicht is en dat daarom ook handleidingen en uitwerkingen van de wetgeving zoals bijvoorbeeld in de HUM wordt uitgebracht? U moet toch met me eens zijn dat artikel 39 lid 2 overduidelijk is: lid 2. Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten, die slechts met het plan instemmen indien door de daarin beschreven sanering naar hun oordeel wordt voldaan aan het bij of krachtens artikel 38 bepaalde. Zij beslissen hierover binnen vijftien weken na de indiening van het saneringsplan. Zij kunnen deze termijn binnen zes weken na de datum van ontvangst van de melding verlengen met ten hoogste vijftien weken. Met de uitvoering van het saneringsplan kan worden begonnen nadat gedeputeerde staten met dat plan hebben ingestemd of die instemming van rechtswege is verleend. Aan de instemming kunnen voorschriften worden verbonden. De instemming is van rechtswege verleend, indien gedeputeerde staten niet binnen de instemmingtermijn van vijftien weken of voor de afloop van de termijn waarmee is verlengd een beslissing hebben genomen. Een instemming van rechtswege wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dan heeft de gemeente toch niet binnen de wettelijke kaders gehandeld zoals u stellig beweerd? Belanghebbenden in dit geval de omwonenden van het te saneren terrein moeten er toch op kunnen vertrouwen dat de uitvoering van een sanering zoals die de inspraak is ingegaan ook op deze wijze wordt uitgevoerd? Welke waarde heeft dan de bezwarenprocedure en de inspraak indien er zo significant wordt afgeweken ten aanzien van de ontgravingdiepte? Indien er wel een tijdige melding vooraf was gedaan dan was er op zijn minst de tijd geweest om voorzorgsmaatregelen te nemen voor de bestaande bebouwing doormiddel van het slaan van een beschermende damwand?

2. Is uw rapport voorafgaande aan de plenaire presentatie op 16 april jl. in concept aan één van de leden van B&W aangeboden en/of zijn er daarna wijzigingen in aangebracht, zo ja welke? Heeft u nadat het rapport van Deltares uitkwam wijzigingen in uw rapportage aangebracht, zo ja welke?

3. Ondanks mijn op- en aanmerkingen ten aanzien van het verslag dat u aan de raadsleden heeft gestuurd blijft u de indruk wekken dat ROSA ook al in juli 2006 actief bezig was met de problemen die zich voordeden bij de omwonenden van de Wilhelminastraat. Dit terwijl ROSA pas dan in december 2007 in actie kwam richting de bewoners en de wethouder. ROSA heeft ook geen signalen van de bewoners aan de opzichter gegeven ( pag. 5 ) Bent het met me eens dat u dit onzorgvuldig en onjuist heeft vermeld in uw eindrapport?

4. Waarom geeft u op pagina 3 alleen maar weer dat er geen vergunning is aangetroffen voor de sloop en het trekken van de funderingspalen en verbind daar derhalve geen oordeel aan?

5. Op pagina 4 geeft u aan dat het schade –expertisebureau de verzekeraar heeft aangeraden om bij verzakkingen van 5 mm of meer het werk direct stil te laten zetten. U doelt hiermee op de totale saneringwerkzaamheden. Mijn opmerking betreft hetgeen dat daadwerkelijk in het clausuleblad van de polis staat ( 01-07-06), namelijk het betrof hier alleen maar de panden aan het Weiver met de nummers 34, 35, 36, 40, 42, 48, 81 en 39a. (Immers bij de panden van de Wilhelminastraat werden geen problemen verwacht gezien de ontgravingdiepte conform het saneringsplan en er hoefde daarom ook geen damwand te komen aldaar). Deze extra bepaling had mijns inziens betrekking op de te plaatsen damwand bij het Weiver en de mogelijk te verwachte grondzettingen aldaar. Waarom veralgemeniseert u het dan met inclusief de panden aan de Wilhelminastraat? De verzekerde, de gemeente Zaanstad heeft aan de verzekeringmij. Uiteraard ook verplichtingen. Bij artikel 5.2 onder het kopje Risico wijziging staat dat de verzekerde is gehouden het saneringsplan uit te voeren conform het bestek en afwijkingen daarvan dienen tijdig door verzekerde aan de verzekeraar gemeld te worden om de dekking in stand te houden. Heeft u correspondentie van de gemeente aan de verzekeraar gezien met een melding vooraf dat de ontgravingdiepte achter de panden aan de Wilhelminastraat bijna dubbel zo diep is dan het saneringsplan aangeeft? Welke conclusie trekt u uit het feit indien dat niet vooraf aan de verzekeringmij. Kenbaar is gemaakt, juist omdat artikel 7 van de polis aangeeft dat het niet nakomen van verplichtingen alle aanspraak van vergoeding van de schade waarop de verplichting betrekking heeft vervallen?

6. Bent u met mij van mening dat de saneringswerkzaamheden zoals u aangeeft in uw rapportage op pagina 4 in augustus 2007 zijn afgerond er binnen drie maanden nadien een evaluatierapport van de werkzaamheden ingediend moest worden? Zo nee, waarom niet?

7. Waarom wijst u er in uw rapportage niet op dat de gemeente gezien de historische gegevens over de korte 8-meterpalen die al jarenlang en al ver voor de grenenpalen bacterie bekend zijn de omwonenden voorafgaande aan de sanering niet in de gelegenheid hebben gesteld om funderingsherstel te plegen. Het was 20 jaar geleden immers al een goed gebruik in Zaanstad het in stadsvernieuwingsgebieden op deze wijze te doen?

8. Op pagina 12 heeft u het over een ‘door de raad goedgekeurd Handhavingprogramma, Professioneel Handhaven in Zaanstad zonder daar enig jaartal te noemen wanneer de raad dit plan heeft goedgekeurd. Ik vraag me overigens af hoe u hier op komt. Het is mij niet bekend dat de raad op enig moment een handhavingprogramma met de titel Professioneel Handhaven ooit heeft vastgesteld? Het voorlaatste wat de raad heeft vastgesteld nog voor het dualisme was de nota Bestuurlijke Handhaving op 18 oktober 2001. Het moet u toch bekend zijn dat B&W over het handhavingprogramma en de prioritering gaat nadat het dualisme in de raad was ingevoerd? U doet in uw tekst op de betreffende pagina voorkomen dat de raad heeft besloten dat de bouwtechnische kwaliteit van de woningen geen hoge prioriteit heeft. Nu zo een aantijging werp ik verre van me en u wekt hiermee de schijn dat u B&W tracht te beschermen en de raad hier verantwoordelijk voor wilt laten zijn! Bent u met mij van oordeel dat de gemeente gehouden is aan ‘de zorgplicht’ ten aanzien van de in minder goede staat verkerende panden van De Wilhelminastraat en Het Weiver en had moeten weten dat juist vanwege de vele afgegeven signalen van de omwonenden vanaf 2004 de funderingen zo een sanering niet kunnen ondergaan?

9. In uw analyse op pagina 14 en verder bent u vol lof over de gemeente wat betreft de grondige voorbereidingen die zijn gedaan. Helaas meldt u niet dat de trillingsmeters te laat zijn geplaatst, er te weinig peilbouten aangebracht zijn die ook nog aan de verkeerde kant van de werkzaamheden op woningen zijn bevestigd en diverse peilbouten niet vanaf de start maar pas maanden later aangebracht. Vergunningen worden aangevraagd en verleend, maar u vergeet even dat u eerder een aantal vergunningen miste. Al met al gaat u maar verder met de loftrompet te schallen maar de klanken die voortgebracht worden klinken aardig vals.

10. U heeft het evaluatierapport niet genoemd bij de onderzochte documenten. Waarom heeft u daar niet naar gevraagd en waarom velt u geen oordeel over het ontbreken van het rapport?

11. Waarom babbelt u Deltares na die stelt dat een funderingsonderzoek niet gebruikelijk is voorafgaande aan een bodemsanering. Uiteindelijk is het de bedoeling dat er woningbouw op het terrein gaat plaatsvinden. Indien u de kronieken van Zaanstad had bestudeerd dan was u tegengekomen dat het juist wel in Zaanstad heel gebruikelijk was om voorafgaande ingrijpende werkzaamheden met oudbouw in de naaste omgeving de funderingen juist wel te onderzoeken en de mensen te attenderen vooraf funderingsherstel te doen ( gebruikelijk vanaf halverwege de tachtiger jaren) Waarom heeft u hiernaar zelf geen onderzoek gedaan?

12. U refereert aan de kanteling in de organisatie die in gang werd gezet in het jaar 2002 en gebruikt dit gegeven als een excuus dat daarom de organisatie niet anders dan versnipperd kon zijn en de afdeling bouw-en woningtoezicht niet de kans heeft gekregen de kwaliteit van de woningen in het project in te bedden. U heeft geen oordeel gegeven over de kanteling van de organisatie ingegaan 2002 en dat juist de gekantelde organisatie op een laagdrempelige manier moeten communiceren en werken. Waarom heeft u zich in deze onthouden van een oordeel? Ik heb in oktober 2001 toen de handhavingnota aan de raad ter besluitvorming voorlag woordelijk gevraagd: “Per i januari gaan Milieu, Volkshuisvesting, en Ruimtelijke Ordening samen, zijn de afdelingen in het kader van het handhavingplan op elkaar afgestemd?’

13. Ik vind het vrij selectief dat u een cruciale passage in uw rapport weglaat die staat in de open brief die ik in augustus 2006 aan de wethouders Linnekamp en Keizer heb gestuurd. Het gaat om de navolgende zinnen: ‘De Z.O.G. verzoekt de wethouder om met spoed in contact te treden met de omwonenden van het terrein waar de sanering plaatsvindt en al het mogelijke te doen om verdere schade aan de woningen te voorkomen. Wij denken hierbij dat het gebruik van lichter materieel een verstandige optie kan zijn. De afdeling Bouw- en woningtoezicht kan ook een verstandige rol vervullen in deze”. Waarom heeft u nu net deze passage niet willen aanhalen in uw rapport? Waarom geeft u geen waardeoordeel af over de nalatigheid van het college van B&W over het feit dat de Z.O.G. de alarmbel luidt om contact met de omwonenden op te nemen en Bouw- en Woningtoezicht in te schakelen? Ook wethouder Keizer was van de Z.O.G.-brief op de hoogte, u kunt dan toch niet staande houden dat niemand van het college het eerder had kunnen weten dat er in 2006 al schade optrad en dat de afdeling Bouw- en woningtoezicht het niet eerder dan pas einde 2007 lucht kreeg van het probleem van de schade aan de woningen? Waarom neemt u geen stelling over het feit dat de verantwoordelijke projectwethouder niet zelf eens bedacht om mede naar aanleiding van onze brief zich zelf persoonlijk te begeven naar de gedupeerde bewoners toe? De wethouders hebben dan toch niet adequaat gereageerd zoals u op pagina 25 beweerd? De inspecteurs van Bouw-en Woningtoezicht hadden toch in 2006 dan al kunnen constateren dat het de verkeerde kant opging met de woningen en passende maatregelen kunnen treffen?

14. In het feitenrelaas vermeldt u dat de fractievoorzitter van de Z.O.G. een e-mail op 11-07-06 heeft ontvangen van een bewoonster die deze namens meerdere bewoners heeft verstuurd. Ik heb duidelijk tijdens het gesprek dat u voerde met de raadsleden aangegeven en ook nog eens getracht te corrigeren in uw verslag dat alle raadsleden deze e-mail hebben ontvangen en dat de Z.O.G. de enige is geweest die daar tijdens het zomerreces actief mee aan de gang is gegaan en dat alle andere politieke partijen niets van zich hebben laten horen. Zo ook de brief van de heer Tilleman die de gehele raad in augustus 2006 heeft ontvangen waardoor we zijn overgegaan tot de tweede open brief. Over de laatstgenoemde brief rept u in het geheel niet in het feitenrelaas. U kunt dan toch nooit en te nimmer tot de conclusie komen dat de gemeenteraad pas in een heel laat stadium op de hoogte kon zijn van de problematiek en het verzakken van de woningen? Kunt u zich voorstellen dat u hiermee de schijn wekt dat u bewust deze cruciale informatie in uw eindrapportage heeft weggelaten om het college en de raad de hand boven het hoofd te houden en de zwarte Piet naar de bewoners toe te schuiven?

15. Wat is er de reden van dat u op pagina 13 van het feitenrelaas de open brief van de Z.O.G. die op 17 juli 2006 aan de wethouder Linnekamp is verstuurd nogmaals opvoert maar dan als zijnde een brief die verstuurd zou zijn op 17 juli 2007? En dan ook nog met een ander citaat uit dezelfde brief, maar opnieuw niets over Bouw-en woningtoezicht?

Ik heb een aantal vragen gesteld maar er staan nog veel meer zaken in uw rapportage die mij de wenkbrauwen op zijn zachts gezegd doen fronsen. Met andere worden het eindrapport wekt bij mij de indruk dat u zich in het bijzonder heeft ingespannen om met name het college van B&W als opdrachtgever heel graag heeft willen behagen. U heeft zich onvoldoende ingespannen om de het complete verhaal inclusief de wetgeving die u alleen naar de letter heeft beoordeeld maar niet in de geest in uw rapportage te vertalen. Vooral de aanbevelingen die u meegeeft op de pagina’s 25 en 26 zouden evenzogoed door u als falen van de organisatie en van het college vertaald kunnen worden. Maar uw keuze viel op het uitdelen van een aantal forse pluimen!


Vragen aan Deltares:

1. Onderaan de tekst staat een beoordeling van de heer D.W. Maagdelijn over de gang van zaken tijdens de bodemsanering en het eindresultaat van de verzakte woningen aan de Wilhelminastraat. Tijdens een uitzending op TV-NH uitte de heer Ad van Wensen die verbonden is Stichting Platform Fundering Nederland eenzelfde geluid als de heer Maagdelijn, dus een contra geluid dan u heeft verwoord in uw rapport. In tegenstelling van hetgeen u beweert stellen beiden dat het verzakken van de woningen wel degelijk een direct gevolg is van de sanering. Dit ondanks de staat van de funderingen voorafgaande aan de sanering. De heer Maagdelijn zegt dat het zelfs zeer hoogstwaarschijnlijk is dat het verzakken van de funderingen ondanks de paalrot door bacteriën de staat waar de woningen in verkeren na de sanering pas na 25 tot zelfs mogelijk na 50 jaar aan de orde zou kunnen komen als er geen sanering was uitgevoerd. Kunt u mij uitleggen waarom u tot een heel ander inzicht bent gekomen dan uw collega wetenschappers? Wat is uw mening over de beschouwing hieronder van de heer Maagdelijn?

2. Uw rapportage is doorspekt met allerlei aannames, waarschijnlijkheden en vermoedens. Hoe kunt u uw rapport dan toch als een wetenschappelijk rapport aanbieden, wetenschap is toch gestoeld op zekerheden in plaats van waarschijnlijkheden, vermoedens en aannames?

3. U heeft de eindsituatie van de sanering doormiddel van een kaart die behoord bij het evaluatierapport van de sanering kunnen beoordelen. Zoals u is bekend is er wat de ontgravingdiepte aanmerkelijk dieper afgegraven dan in het saneringsrapport, het bestek en de beschikking oorspronkelijk werd aangegeven. Pal achter de woningen van de Wilhelminastraat is in plaats van 1,7 m tot 2,4 m zelfs tot 3,4 en 4 m diep afgegraven. Waarom heeft u hier geen oordeel over geven en waarom heeft u niet meegenomen in uw eindrapport wanneer er bijvoorbeeld een beschermende damwand was geslagen wat dan het eindresultaat van de staat van de funderingen van de woningen daarna zou zijn? Een kind kan toch zelfs bedenken dat palen van 6 tot 8 meter die onder de betreffende woningen zitten minder kunnen verdragen als er tot 4 meter diep wordt ontgraven dan wanneer er maar tot 2,4 meter wordt ontgraven?

Bekijk foto`s of lees reacties op wilhelminastraatkrommenie.nl »»

«« terug naar het hoofdmenu

Wilt U een reactie geven of Uw verhaal op deze pagina zetten?
Stuur ons een mail op reageer@wilhelminastraatkrommenie.nl

eXTReMe Tracker